Rubriek

Rubriek

4 juni 2019

Louise Nypels, lid van de kloosterhof, schrijft over ontmoeting.

Ontmoetingen tussen mensen kunnen vluchtig en kort zijn. In 1990 hoorde Louise over ‘Marriage Encounter’, een bijzondere wijze van ontmoeting waarbij het woord dialoog centraal staat.

Marriage Encounter houdt in dat je elkaar ontmoet binnen je relatie. De gespreksvorm die daarbij gebruikt wordt, is de dialoog.
Daarbij schrijf je elkaar een kort verhaal omtrent een onderwerp, dat met je relatie te maken heeft.  Er is geen ruimte voor discussie. Je stelt  open vragen, waar je  met elkaar over praat.  Ieder kan zijn of haar eigen verhaal vertellen. Daarbij is het belangrijk goed naar elkaar te luisteren. Je praat met elkaar als echtpaar. Er zijn geen derden bij betrokken.

Ongeveer dertig jaar geleden hoorden mijn echtgenoot Kees Nypels en ik over Marriage Encounter.   In 1990 hebben wij een trainingsweekend gedaan en ervaren wat het voor ons betekende. In ieder geval dachten we wel:   “dit hadden we eerder moeten doen”.

Dit Marriage Encounter Weekend  heeft onze relatie goed gedaan. Niet dat alle  strubbelingen weg zijn, maar we hebben ervaren dat je daarover in gesprek kunt komen middels de dialoog. Je schrijft  én praat met elkaar. En als dat soms naar de achtergrond verdwijnt, kan je het toch weer oppakken. Je leert elkaar beter kennen, ook wat gevoelens en gedachten betreft. En je leert aangeven  waar je behoefte aan hebt.

Want in een relatie zijn vaak ook andere dingen belangrijk, zoals je werk, familie en vrienden, kinderen, geld, vrije tijd,  en gezondheid,  die vaak veel tijd en energie vragen. Waardoor het contact met je partner naar de achtergrond verdwijnt. Dat gaat vaak ongemerkt en kan zorgen  voor verwijdering tussen elkaar. En dat voelt niet prettig voor allebei.

We  zijn ook actief betrokken bij  Marriage Encounter door samen met andere echtparen regelmatig in gesprek te zijn over onze relaties. Wij begeleiden zelf een klein groepje en doen aan andere groepen mee. Waardoor de “dialoog” levend blijft en minder wegzakt in onze eigen relatie.

De beweging begon in Spanje,  ging vandaar naar België naar de VS en weer terug naar België en dan naar Nederland, waar in 1976 de eerste weekenden werden gegeven door mensen uit België. Daarna werden echtparen uit Nederland voorbereid om zelf weekenden te gaan geven, samen met priesters die ook de weg van de dialoog zijn gegaan.

In principe worden de Marriage Encounter weekenden gegeven door drie katholieke echtparen en een priester. Afhankelijk van de situatie kan dat aangepast worden.
Er worden weekenden georganiseerd in verschillende landen van Europa, in de VS, in Suriname en andere overzeese gebieden, zoals op de Antillen. Daar was onze medebroeder Wijbe Fransen betrokken bij Marriage Encounter. Ook voor priesters en kloosterlingen die met elkaar samenleven is het een positieve manier om in gesprek te gaan en ook de gevoelens te laten meespreken.

 

17 april 2019

Kees Nypels schrijft over zijn bijdrage aan de vrijdagse vesperviering in het koorgedeelte van de kerk.


Als ik mijzelf de vraag stel: ‘wat haal ik en wat breng ik bij de kloosterhof?’, dan is het antwoord veel. Als ik alles op moet schrijven dan wordt dit stuk veel te lang. Deze keer kies ik voor het onderwerp vespers.

Elk seizoen ga ik een keer voor in de vespers en dat betekent ook dat ik de overweging verzorg. Daar ben ik al dagen van tevoren mee bezig. Ik begin met het lezen van de bijbeltekst en vaak doe ik dat in meerdere vertalingen.

Daarna laat ik de tekst op mij inwerken. Het liefst doe ik dat op een van mijn wandelingen van ongeveer twintig kilometer. Ik heb dan zo’n  vijf uur om erover na te denken en ik krijg een aardig beeld van waar ik het over wil hebben. Daarna zoek ik op internet of iemand anders ook al eens een overweging bij dat bijbelstukje heeft geschreven en als ik daar wat mee kan neem ik dat mee. Dan ga ik schrijven. Ik zet in een keer mijn hele verhaal op papier. Vervolgens krijgt mijn huisgenoot de tekst en zij mag haar kritiek erop geven. Ik schaaf ik nog vele keren aan de tekst totdat ik het goed genoeg vind en dat is meestal op vrijdagochtend voor de vespers het geval.

Het geeft mij meer inzicht in de bijbel en het geeft mij de gelegenheid hier met anderen over te praten. Soms komt dat thema weer terug in het maandelijkse  geloofsgesprek in de kloosterhof Dan kan ik erop ingaan en ook horen wat het voor anderen betekent. Het aardige is dat ik nooit moeite heb met geloofsgesprekken. Ik worstel er graag mee en ik kan altijd mijn mening staven bij een van de andere kloosterhofleden. Ze zijn voor mij ook mensen waarmee ik kan sparren. En zo kan ik een mooie invulling geven aan mijn eigen geloofsbeleving.

Toen ik vorig jaar na een zware hartoperatie uit het ziekenhuis kwam, waren zij er ook voor mij. Zo betekenen de kloosterhofbewoners veel voor mij en door mijn bijdrage aan de vieringen en de geloofsgesprekken kan ik ook wat terug doen.

Na deze periode van ziekzijn is er toch wel iets veranderd in mijn geloofsbeleving.  Het houdt mij meer bezig en het maakt mij niet meer bang voor de dood. Mijn geloof is zeker sterker geworden, maar ook de wetenschap dat ik daar zelf veel voor kan en moet doen. God is er niet om mijn verlanglijstje in te vullen en laten wij alsjeblieft niet zeggen wat God wel of niet doet. We weten dat immers niet en elke invulling is meer de menselijke maatstaf van hoe wij het zo graag willen zien.

Daarbij blijft bidden voor mij heel belangrijk, vooral ook om tot inzichten te komen en aandacht te geven aan andere mensen. Hoe goed was het niet dat ik bezocht werd in het ziekenhuis en dat ik wist dat er in het ochtendgebed voor mij gebeden werd. Mij gaf dat veel kracht.

 

Door Jan Laan o.p.

12 februari 2019

 

Het wonder om elkaar te horen en te verstaan

De sluiting van de ‘viering van liefde’ op zondag 13 januari mocht ik doen. Wat zal ik tegen al die mensen zeggen en hen met een goed gevoel wegzenden?

De volgende ingeving kreeg ik.

 

De regenboogvlag, die vlak boven en voor de zangers hing , zag ik heen en weer bewegen. Het leek wel alsof die vlag door een wind bewogen werd. De associatie met het verhaal uit het boek Handelingen over de nederdaling van Gods Geest was snel gemaakt.

Het verhaal luidt dat de leerlingen als bange mensen zich verscholen en opgesloten hadden in een huis. Misschien wel met de gedachte ons zal spoedig hetzelfde lot treffen, welke Jezus getroffen heeft, namelijk vermoord worden.

 

Maar dan verschijnt er vuur en een heftige wind waait door het gebouw. De volgelingen van Jezus worden naar buiten gedreven. Rond hun huis is een toeloop van mensen uit alle hoeken van de wereld.

En als ze iemand spreken dan ontmoeten zij die ander en kunnen elkaar verstaan, werkelijk verstaan, al die vreemde en andere personen. Zij spreken elkaars moeders- en vaderstaal. Zij spreken met elkaar over iets wat recht uit hun hart komt, open en vrij. Zij spreken met elkaar over de ‘Grote Daden van onze God’, zoals Jezus, hun vriend, hen geopenbaard, verteld en voorgeleefd heeft. Zij spreken met elkaar over liefhebben, trouw zijn en de aarde bewoonbaar maken. Zij herkennen elkaar en weten diep van binnen ieder daar is kind van God. Hij/Zij mag gezien worden en haar/zijn eigen geschiedenis maken en haar/zijn verhaal beschrijven.

Iets dergelijks gebeurde tijdens de ‘viering van liefde’. Veelkleurige, gevoelige getuigenissen recht uit hun hart troffen ons, het koor zong dat het een lieve lust was en de danser danste zijn verhaal. Een prachtig geheel werd het, ontroerend.

 

Broeder Jan Laan o.p.  

 

 

 

Door Jozef Essing o.p. 

19 november 2018 

 

 

OUD WORDEN IN ONS DOMINICANENKLOOSTER

 

 

Toen ik in 1991 als prior in Zwolle kwam, was de communiteit van de dominicanen nog de paraplu, waaronder alles schuilde. Maar dat ging veranderen. Tevoren had men alles wat met het beheer van het gebouw te maken had, losgekoppeld van het priorschap en in handen gelegd van een zogeheten coördinator, die tegelijk met mij aantrad. Anders had men mij nooit tot prior gekozen! Jaren eerder was het beleid van het rectoraat gedelegeerd aan een stuurgroep en een pastoraal team, wat voor de aanwezige broeders een flinke last minder betekende. En niet te vergeten: zusters dominicanessen werkten met ons mee in allerlei cursussen en bijeenkomsten, in en buiten het klooster, op het gebied van geloof en samenleving.

 

Intussen zijn de zusters vertrokken en wij broeders in leeftijd net onder of boven de tachtig. Voor de praktijk van het werk betekent het een omkering. Uiterst bekwame en gemotiveerde medewerkers zetten nu hun schouders onder alles wat hier gebeurt. En wij broeders worden van tijd tot tijd om medewerking gevraagd. En wat ook een geschenk is: behalve de broeders wonen ook anderen in het klooster, met wie wij zorg dragen voor het dagelijkse gebed als krachtbron van samen leven en samen werken. Met hen hebben wij, naast ontspannende momenten, inspirerende gesprekken over wat een bepaald geloofsthema voor ieder persoonlijk betekent.

 

Als broeder boven de tachtig ervaar ik dit als een buitengewoon geschenk. Je bent ontlast van al de zorgen van een hoofdverantwoordelijke. Je hoeft niet alles te overzien en te regelen. En tegelijk word je er wel bij betrokken. Je hoeft je niet te bemoeien met alle ins en outs, maar je leeft beslist niet afgescheiden van wat hier aan nieuws ondernomen wordt. Het houdt je jong, vooropgesteld natuurlijk dat je geestelijke vermogens het aankunnen.

 

Ik merk dat ik minder let op de details en meer op de grote verbanden. En wat ook fijn is: dat ervaringen uit diverse leef- en werksituaties uit mijn levensgeschiedenis elkaar vinden en samen mijn kijk op mensen en dingen opbouwen.

Niet elk moment heb ik de aandrift om in gesprek te gaan met medewerkers die wij in de huiskamer ontmoeten tijdens de koffie. Maar soms slaat de vonk over en hebben we het niet enkel over wat ons zint of niet zint van het dagelijkse gebeuren, maar komen de dingen die er werkelijk toe doen naar boven,

 

Bijzonder vind ik het hoe ik, dank zij inventieve leden van het programmateam, het contact met een jongere generatie op een presenteerblad krijg aangereikt. Heerlijk vind ik het dat je dan iets van je ervaringen met hen kunt delen en soms overdragen. Als je maar niet - met name als het gaat over 'geloof' - praat in de trant van 'zo is het', maar eerder op de wijze van 'zo stoei ik ermee mij en zo vormt het mij; bij alle weerbarstigheid en moeite waar ik doorheen moet, word ik er een gelukkig mens van'.

Of ik dan iets overdraag, weet ik niet. Want hoe het bij anderen valt: daar ga ik niet over. Wel weet ik dat je, om in de trant van prediker Paulus te spreken, zoeker met de zoekenden wordt en iemand onderweg naast mensen op de weg. Zij krijgen de kans om op hún manier de grote thema's van het leven op te pakken. De blijde boodschap is te groot en te kostbaar om zo maar even te slikken.

 

Jozef Essing o.p.

 

 

Door Wijbe Fransen o.p.

26 maart 2018

 

 

 

DE STUDIE BIJBEL IN HET PAPIAMENTO

 

Eind juni 2009 ben ik, na 44 jaar op de Antillen gewerkt te hebben – met name in Aruba -, geland in Nederland, en wel in Zwolle. Ik woon nu al weer ruim 8½ jaar in dit geweldige klooster. Naast allerlei andere activiteiten - vóórgaan in Papiamentse en Nederlandse vieringen - en naast diensten aan mijn communiteit, zoals de zorg voor de financiën, het bestellen van de warme maaltijden en het ontvangen van gasten, heb ik ongeveer 6 jaar meegewerkt aan de Studie Bijbel in het Papiamento.

 

Na de eerste volledige uitgave van de Bijbel in deze taal in 1997, die met groot enthousiasme werd ontvangen en waarin gretig gelezen is, ontstond het idee om tot een Studie Bijbel te komen. De uitgave van 1997 was samen met vertegenwoordigers van verschillende kerken tot stand gekomen. Ze bevatte wel referenties naar andere Schriftteksten en enige spaarzame toelichtingen, maar een uitvoerig notenapparaat en toelichtingen over personen en zaken ontbraken.

 

Met behulp van de United Bible Society, die vele vertaalprojecten over de hele wereld stimuleert en begeleidt, werd er gestart met een Studie Bijbel in het Papiamento. De commissie bestond uit zes mensen: allen woonachtig in Curaçao, behalve ondergetekende die aan de overkant van de grote plas woonde. Via het computerprogramma Paratext van de USB konden we uitstekend met elkaar communiceren en elkaar op de hoogte houden van de vorderingen die ieder maakte. Terwijl mijn protestantse broeders gebruik maakten van de Spaanse Biblia de estudio esquematizada, gebaseerd op de bekende protestantse Reina-Valera uitgave, maakte ik gebruik van de Franse Traduction Oecuménique de la Bible. Uiteraard hoefden we niet opnieuw het wiel uit te vinden en probeerden we een uitgave te brengen die onze mensen op weg kon helpen om de Bijbel beter te verstaan.

 

Al twee jaar geleden hoopten we dat deze Bijbel gepresenteerd zou worden, maar allerlei moeilijkheden met de typesetting in Brazilië en vervolgens met het drukken in Zuid-Korea hebben er toe geleid dat de presentatie nu in de zomermaanden van 2018 zowel in Curaçao en Aruba, alsook in Nederland zal plaats vinden. Porfin! Eindelijk!

 

Wijbe Fransen o.p.

 

Door Justyna Jablonska

15 maart 2018

 

 

Twee jaar geleden, vlak voordat ik naar Nederland verhuisde, had ik aardig wat aarzelingen. Natuurlijk wilde ik graag dichterbij Bram, inmiddels mijn man, wonen maar het idee dat ik mijn familie, vrienden en tradities achter moest laten gaf me een gevoel van onzekerheid.

 

Ik heb erg veel geluk gehad dat ik uit een liefdevol nest kom en dat ik nu nog steeds in een gemeenschap woon met veel liefde. Een warm welkom in het klooster was erg belangrijk voor mij. Ook heeft de vriendelijke benadering van de andere leden van de kloosterhof mij erg geholpen om te acclimatiseren.

 

De verhuizing vanuit Polen betekende ook het achterlaten van veel kerkelijke tradities en rituelen waarmee ik ben opgegroeid. Kleine rituelen van de zondagsmis en jaarlijkse feesten, dat zijn de dingen die mij gevormd hebben als een katholieke gelovige op een unieke, Poolse katholieke manier. Ondanks dat ik in mijn leven veel heb gereisd in diverse landen en veel contact heb gemaakt met christenen van verschillende achtergronden was ik toch verwonderd over een aantal dingen die ik zag in het dominicanenklooster. Dat gaat om te beginnen over het geprinte boekje voor elke viering, maar ook over de vrije liturgie en de belangrijke rol van de pastores en de parochianen.

 

Ik herinner me nog goed het moment dat ik een nieuw ritueel ontdekte dat perfect paste binnen mijn ‘verzameling’ van het vieren van Gods barmhartigheid. Het was Goede Vrijdag, ongeveer een maand nadat dat ik verhuisd was. Iedereen had bloemen meegebracht naar de kerk om ze te geven aan Jezus die aan het kruis hing. Dit symbolisch en uitnodigend moment raakte mij diep. Mensen deelden hun bloemen met degene met lege handen, in gemeenschap met elkaar. Lopend door de kerk had iedereen een persoonlijk maar ook een gezamenlijk moment met Jezus.

 

Over een paar weken is het Pasen, voor mij de derde keer dat ik niet in Polen zal zijn: zonder kruisweg op straat met de hele parochie, zonder zegening van het eten op zaterdag in de kerk. Toch kijk ik met vreugde uit naar dit Paasfeest en niet alleen omdat mijn familie op bezoek komt, maar vooral omdat ik dit prachtige ritueel op de Paasvrijdag met hen kan delen.

 

door Anneke Grunder | 9 februari 2018

Geloofsgesprek; een vorm van dialoog

 

 

In onze dominicaanse traditie staat de dialoog hoog in het vaandel. Ik ben daar blij mee. Een goed gesprek verdiept immers onze inzichten in ons zoeken naar wat waar en goed is.

Toch leiden publieke debatten over allerlei onderwerpen nogal eens tot een strijd om het gelijk. Er zit dus een addertje onder het gras. Een kleine duivelse misleider die zorgt dat niet de waarheidsvinding, maar het vinden van medestanders dan het gesprek bepaalt. Soms ontaardt dat zelfs in een openlijke strijd om het woord zelf. Dan overtroeft men elkaar en is er valt er aan wijsheid niet veel te winnen.

Ik wil eerlijk zijn. Die valkuil is ook ons, leden van de Kloosterhof, mensen die met elkaar vorm willen geven aan ‘bezield wonen’, soms niet vreemd. We zijn net een familie, mensen die elkaar niet kozen, maar op elkaars weg gezet zijn vanuit een verlangen naar bezield religieus leven. Ons verlangen naar waarheid en naar het goede leven kan soms gepaard gaan met een gedrevenheid die ons doet vergeten dat een medelid ons misschien een kostbaar stukje van die waarheid te geven heeft.

Toch leven we ten diepste vanuit dat besef dat we elkaar in gesprek verrijken! Het is de kern van onze broeder- en zusterschap. En gelukkig lukt het ons regelmatig elkaar goed te verstaan vanuit de ervaringen die het leven ieder van ons schenkt.

Onze maandelijkse geloofsgesprekken zijn daar een voor mij ontroerend voorbeeld van. Vooraf kiezen we een thema waarover we van gedachten willen wisselen. Twee mensen bereiden dat onderwerp voor. (in steeds wisselende koppels) Denk aan de vraag naar de betekenis die geloven voor ons heeft, aan de doordenking van de dominicaanse begrippen laudare, benedicere en predicare, aan het besef te leven uit genade, aan de mogelijkheid of onmogelijkheid van verzoening of het zoeken naar waarheid zelf als thema. De ene keer gebeurt dat aan de hand van een tekst, dan weer vanuit concrete verhalen, en soms weer anders.

Toch zijn niet de gekozen onderwerpen of de werkvorm die deze gesprekken elke keer weer tot een feest maken. Het is de houding van waaruit we praten: ieder heeft zijn of haar eigen verhaal en zijn of haar eigen ‘gelijk’. Gouden regel is: we betwisten elkaar de beleving of zienswijze niet. Verschillen mogen naast elkaar staan als evenzovele aspecten van hetzelfde thema. Wel bevragen we elkaar op wat gezegd wordt. In openheid en vertrouwen. Zo proberen we niet alleen elkaar in het soms anders zijn te begrijpen, maar ontdekken we ook kanten van de werkelijkheid die we nog niet eerder zagen. Dat is een verrijking, niet alleen voor de spreker die alle ruimte krijgt, maar ook voor de hoorder die nieuwe dingen hoort.

Dat alles leidt tot inspiratie om door te gaan, ook al gaat er wel eens wat mis.

Het leidt tot groei in verbondenheid, want niet de uniformiteit leidt tot gemeenschap, maar de ruimte voor verschil waardoor we ons door elkaar aanvaard weten.