Tekst verkondiging 11 en 12 februari

EN WARM HART VOOR GODS SCHEPPING

Themaviering met het Thomaskoor op Warme Truienzondag.
12 febr. 2017

Ter inleiding
We lazen als lezingen het Scheppingslied van St. Franciscus en Mattheüs 6, 24-33.

Verkondiging

at een mooi lied is dat toch,
het Zonnelied van Franciscus van Assisi!
Het is één groot loflied op de schepping en de schepselen;
Het tekent alles als verbonden met elkaar,
sterker nog: heel de schepping is familie van elkaar,
als zussen en broers.
‘Geprezen, jij, God’ (‘Laudato si’), zo begint het in het Italiaans van toen.
Laudato si is niet toevallig de titel van die grote brief
van Paus Franciscus uit 2015,
zijn rondzendbrief over natuur en milieu,
dat bewogen en diepgaand pleidooi
voor een meer rechtvaardige en duurzame wereld.
Het Zonnelied ademt net als de encycliek een diep besef
van verwondering en dankbaarheid om de schepping.

Wij leven bijna acht eeuwen ná Franciscus,
en de vraag is: kunnen wij, mensen van de 21e eeuw,
hem dat nog nazeggen?
De tijden zijn immers enorm veranderd.
Er zijn zelfs mensen op de maan, bij ‘zuster maan’ op bezoek geweest,
hebben op haar rondgewandeld.
Ons wereldbeeld is zo totaal anders.
Kun je God nog wel
‘schepper van hemel en aarde’ noemen?

Ik weet niet hoe het voor U, voor jullie is,
maar voor mij zijn de snaren van verwondering en dankbaarheid
in die nieuwe werkelijkheid van zeg de laatste 50 jaar
allesbehalve verdwenen.
Sterker nog: met de jaren merk ik dat het groeit,
óók door alles wat wij mensen kúnnen en ontdekken.
Het kan me geregeld overkomen:
het dankbare, diepe besef dat in het onmetelijke heelal
het bolletje aarde haar rondjes draait,
met alles wat er in miljarden jaren op is kunnen groeien,
zich heeft kunnen ontwikkelen aan leven, aan natuur,
wij mensen, vrouwen en mannen,
en alles en alles wat onze handen, ons hart en ons hoofd
teweeg hebben gebracht aan schoonheid, techniek, noem maar op.
Daar zijn tot op zekere hoogte wetenschappelijke verklaringen voor,
maar die maken voor mij de verwondering
alleen maar groter en groter.
De werkelijkheid is mooi,
gewoon dat wat ik alledaags zie als ik uit het raam kijk,
of de wonderen van de natuur in die prachtige t.v.-documentaires,
of wij hier, met onze levens, ergens in dat onmetelijke heelal,
met wie we zijn, ons lachen en huilen,
ons liefhebben en ons verdriet, geboren worden en sterven,
het is allemaal niet vanzelfsprekend, het is een wonder,
en dat stemt mij steeds weer tot grote dankbaarheid.
En daarom is eerbied voor God voor mij heel kostbaar
en is het begrip ‘schepping’ allesbehalve achterhaald.

Maar vlak naast de snaar van de verwondering om de schepping
zit de snaar van de verbijstering
om wat de mensheid ‘onze zuster, moeder aarde’
aandoet en heeft aangedaan:
zoveel vervuiling, ontbossing, de klimaatverandering,
zoveel uitputting van de aarde en haar natuurlijke bronnen,
ten koste vooral van de generaties na ons.
Verwondering en verbijstering,
twee belangrijke snaren
die al op de eerste bladzijden van de Bijbel worden aangeraakt:
de onschuld van het paradijs, ‘en God zag dat het allemaal heel goed was’,
en de keerzijde van de medaille:
wat we als mensen verliezen en wat de aarde verliest,
als we onze plek niet weten,
onze menselijke grenzen niet eerbiedigen, op de stoel van God gaan zitten.

In de Bergrede hoorden we Jezus de mensen
vierkant voor de keuze plaatsen:
het is God of de mammon, de geldgod.
Je kunt ze niet allebei en tegelijk dienen.
Dat vierkante heeft iets zwart-wits, iets van alles of niets,
terwijl de werkelijkheid van onze levens veelkleuriger is,
grijzer als je wilt.
Ik ontkom er niet aan als kind van deze samenleving
dat ik vuile handen maak
en niet ten volle kan gaan voor wat idealiter goed zou zijn,
maar ik wil dat weten en er zijn kleine en grotere keuzes
die ik wél maak, omwille van de goede zaak.
Zijn veel kleine, goede dingen die we voor natuur en milieu doen,
niet slechts druppels op een gloeiende plaat?
Cynici halen die dooddoener vlug van stal,
een angstig alibi om geen enkele keuze te hoeven maken
en niets te hoeven doen.
Ik zeg liever: alle kleine beetjes helpen,
en met elkaar kunnen ze het verschil maken!

Lieve mensen, deze warme truien-viering is,
net als de aandacht voor ons als groene kerk,
een bescheiden poging, maar onmiskenbaar belangrijk.
De warme trui is voor mij een symbool van wat gelukkig
op allerlei plekken aan het doorbreken is:
een nieuw en sterk besef.
Er is een offensief gaande voor meer schone energie;
het wordt her en der gedwarsboomd
maar er zijn meer en meer, haast dagelijkse signalen
dat de verandering zich meer en meer baan breekt.
De brief van de paus, Laudato si,
bekrachtigt en onderbouwt dit offensief,
met een beroep op onze eerbied voor de schepping
en op verantwoordelijkheid voor de generaties ná ons.
De aarde als ons gemeenschappelijk huis
is een geschenk, een schepping,
een huis als een moeder op haar allerbest!

Voorbeden
Hoor, God, het bidden van uw mensen
voor moeder aarde en voor al haar kinderen:

in eerbied voor uw schepping,
verbonden met alles wat leeft,
bidden wij U, God,
om toekomst voor de aarde
als het huis waarin heel de mensheid woont;

in dankbaarheid om licht en lucht,
om water en om vuur,
bidden wij U, God,
dat onder ons blijft groeien:
de vreugde om het goede leven
uit uw hand;

in vertrouwen op de Helper,
uw heilige Geest,
bidden wij U
dat wij met durf en tederheid
doen wat moet worden gedaan
voor meer rechtvaardigheid en duurzaamheid;

in het besef van broeder- en zusterschap
bidden wij voor uw mensen,
veraf en dichtbij, klein en groot,
heel deze kring van mensen;

in geloof bidden wij voor alle mensen
die gestorven zijn …

en in de stilte voor allen
aan wie wij nu bijzonder willen denken ………………

Zo bidden wij U, God,
in Jezus’ naam. Amen.

pastor Jan Groot

wat is er te doen deze maand?
‹‹ feb apr ››
Z M D W D V Z
      1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31