De Aula
e predikbroeders hadden een eigen opleiding voor hun ‘fraters’ die priester zouden worden, predikant en zielzorger. Die opleiding bestond, afgezien van een jaar noviciaat, uit drie jaar ‘filosofie’ en vier jaar theologie. De driejarige filosofie-opleiding gebeurde in Zwolle en was onderverdeeld in allerlei vakken, zoals geschiedenis van de filosofie, logica, natuurfilosofie. Maar er werd ook Bijbel-Grieks en Hebreeuws onderwezen; zang- en preeklessen waren er. Er moesten scripties worden geschreven.
In de beginjaren van het Zwolse klooster was het middelbaar onderwijs, dat de kandidaten hadden genoten, nogal zwak wat de vakken natuur- en scheikunde betrof. De huidige Aula werd ingericht als natuur- en scheikundelokaal om de studenten wat bij te spijkeren in de kennis van die vakken, omdat men die ondergrond nodig had voor de natuurfilosofie. In die dagen heette de Aula ‘het natuurkundig cabinet’. Na een bepaalde tijd was die bijscholing niet meer nodig en zo werd de Aula de zaal voor lezingen en de ontvangst van grotere groepen mensen. Daar werden ook jubilea gevierd en bij die gelegenheden werd eigengemaakt cabaret uitgevoerd en toneel gespeeld.












